Terug 21 oktober 2017

KAS Eupen - KV Mechelen: Trainersbabbel

Er waren heel wat prangende vragen voor Yannick Ferrera na de 4-1 nederlaag in Eupen.

 

Ferrera: “Het scenario van onze vorige twee wedstrijden heeft zich herhaald. We waren nochtans niet slecht begonnen, maar negen minuten van afwezigheid kostte ons de wedstrijd. Wij incasseerden 3 goals en daarvan terugkomen, dat is heel moeilijk.”

 

En dan, dan sta je daar. 35 minuten ver, 3-0 achter.

“Pas wanneer de 3-1 viel, begon onze wedstrijd. We hebben geprobeerd om mentaal sterk te blijven en toch nog de 3-2 te maken, maar hebben de kansen op een terugkeer gemist.”

 

KV Mechelen heeft duidelijk defensieve zorgen…

“Tien tegendoelpunten in drie matchen: dan heb je een verdedigend probleem. Je voelt dat sommigen met weinig vertrouwen spelen. Dat zal niet terugkomen met de post. Wel door hard te werken en niet te denken aan foutjes of andere gevolgen.
Defensief moeten we harder en steviger zijn. Kansen creëren en goals maken zullen we wel doen, maar verdedigend is er veel werk. Het is geen gebrek aan ervaring, wél aan concentratie en vertrouwen.”

De meegereisde supporters eisten “bloed, zweet en tranen”. Wat coach Yannick Ferrera ook begreep.

“Als het slecht gaat, is het normaal dat supporters eisen stellen. Ze verdienen veel meer dan de voorlaatste plaats. Aan inzet ontbrak het ons vandaag niet, wel aan efficiëntie en concentratie. We hebben te veel afwezige momenten en slikken zo heel veel doelpunten.”

 

Hoe zal Malinwa hier uitkomen?

 

“De oplossing is dat we enkel denken aan vandaag en onze taken uitvoeren. Momenteel gaan we door een moeilijke periode, maar alleen door samen te blijven, zullen we eruit geraken. Het is nu niet het moment om een tafel kapot te slaan of om op bepaalde spelers hard te roepen in de kleedkamer.

Iedereen beseft waar we staan, dient nu zijn verantwoordelijkheid op te nemen en hard te werken. Het is goed dat we dinsdag al een nieuwe wedstrijd hebben om dit recht te zetten. De druk is er uiteraard, maar niemand geeft op. Ik niet, de spelers niet, het bestuur niet.”